Wetsuitvoering

Aanmeldformulier

Langzamerhand raakte de Nederlandse samenleving betrokken bij de oorlogsproblematiek van repatrianten en migranten uit het voormalig Nederlands-Indiƫ. Deze betrokkenheid leidde er in de 70-er en 80-er jaren toe, dat er verschillende wetten voor oorlogsgetroffenen uit het voormalig Nederlands-Indie tot stand kwamen. Het betreft hier de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (W.U.V.) uit 1973, de Wet Uitkeringen Burger-Oorlogsslachtoffers 1940 1945 (W.U.B.O.) uit 1984 en de Wet Buitengewoon Pensioen Indisch Verzet (W.I.V.) uit 1986.

Pelita werd door de overheid aangezocht de aanvraagbegeleiding bij deze drie wetten op zich te nemen. Een belangrijk aspect hiervan is het opstellen van het sociaal rapport, aan de hand waarvan door de Pensioen- en Uitkeringsraad wordt beslist of er aanspraken gemaakt kunnen worden op een van die drie wetten.

De W.U.V. regelt de toekenning van uitkeringen aan hen die tijdens de Japanse of Duitse bezetting werden vervolgd vanwege hun ras, geloof, wereldbeschouwing of sexuele geaardheid. Ook Europese gezindheid of onttrekking aan verplichte tewerkstelling waren redenen voor vervolging. De vervolging moet tot lichamelijke of psychische klachten in het latere leven van de aanvrager hebben geleid.

De W.U.B.O. regelt de toekenning van uitkeringen aan hen die tijdens de Japanse bezetting of gedurende de Bersiapperiode, die eindigt met de souvereiniteitsoverdracht in december 1949, als burger door oorlogsgeweld lichamelijk of psychisch zijn getroffen en hiervan blijvend de gevolgen ondervinden.

De W.I.V. regelt de toekenning van een buitengewoon pensioen aan hen die als gevolg van hun deelname aan het verzet tegen de vijandelijke macht in het voormalig Nederlands-Indiƫ, lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen, waardoor zij in hun latere leven in hun verdiencapaciteit zijn aangetast.

Voor alle drie de wetten geldt, dat, wil men in aanmerking komen voor een uitkering, men ziekten of gebreken moet hebben overgehouden aan gebeurtenissen in de oorlog of Bersiapperiode. Deze ziekten en gebreken moeten in het latere leven van de aanvrager/ster hebben geleid tot inkomensderving. Dat wil zeggen, dat de hoogte van de uitkering, verleend in het kader van een van de hier beschreven wetten, wordt bepaald door het verschil tussen het werkelijke inkomen en het inkomen, dat men zou hebben gehad bij een volledige gezondheid.

Voor uitgebreide informatie omtrent de inhoud van de wetten en de procedure die gevolgd moet worden bij het doen van een aanvraag verwijzen wij u naar onze brochure
Stichting Pelita belicht

U kunt met uw vragen uiteraard ook terecht bij het Centraal Bureau van Stichting Pelita:
tel 070 -3305111

Of klik op www.pur.nl